Het Nederlands Dagblad meldde onlangs dat acht PKN-kerken in Den Haag de deuren sluiten. Eén van de kerkgebouwen wordt – hoe ironisch – een islamitisch buurthuis. De secularisatie dendert door en christenen maken zich zorgen over de toekomst. Ik ook. Maar de laatste maanden zie ik lichtpuntjes.

Eén van die lichtpuntjes is het boek De Zeven Zekerheden van Jaap Marinus en Erik Drenth, twee theologen uit mijn bouwjaar (1983) die op hun succesvolle website Staat Geschreven discussiëren over theologische vraagstukken. Vrijzinnig tegen orthodox, dat was de insteek.

Maar discussie veranderde in dialoog, dialoog werd wederzijds begrip, zonder dat ze per se elkaars standpunten innamen, staat op de achterkant van het boek, dat gisteravond in Ede werd gepresenteerd. Ik las het boek afgelopen week en had vlak voor de presentatie een geanimeerd gesprek met Jaap.

Want wat Jaap en Erik in dit boek beschrijven, zijn gedachten en gevoelens die bij mij al een tijd leven, maar waar ik de woorden niet voor kon vinden. Het is de heren gelukt.

Mijn generatie, twintigers en dertigers, hebben geen behoefte aan polarisatie. We staan open voor andersdenkenden, zonder ons eigen standpunt te verloochenen. Zonder direct van ons geloof te vallen.

Jaap schrijft: ‘Bijzaken worden onderscheiden van hoofdzaken, en zelfs dan mag er twijfel zijn. Ruimte, vrijheid, maar vooral: acceptatie. Kortom: de ander is anders en mag ook zo blijven.’ Jaap noemt dit een zonnestraal die door de glas-in-loodruit naar binnen komt.

Regelmatig geef ik lezingen over mijn boek Hot Issues, eerlijk over seks waarbij ik met mijn generatie in gesprek ga over het ontwikkelen van een seksuele overtuiging op basis van het geloof. Vaak wordt me de vraag gesteld: wat zijn de regels volgens jou? Vervolgens geef ik daar geen antwoord op, maar vertel ik mijn persoonlijke verhaal en eindig ik met de uitnodiging: start je eigen zoektocht!

Voor sommige christenen ben ik te postmodern. Ze vragen: sta je nog ergens voor? Geloof je in één waarheid? Een zwart-wit verhaal? Dat iets beter is dan al het andere? Jaap schrijft: ‘Ik denk dat het goed is als christenen minder onderling zouden vechten om het eigen gelijk en meer het leven met elkaar zouden delen.’

Dat is precies wat ik probeer te doen. Het gaat niet om mijn gelijk. Ik wil niet dat medegelovigen mij napraten of naleven, zonder dat het een persoonlijk doorleefde overtuiging is. Erik schrijft hierover: ‘Anders dan wetenschappelijke kennis, die de pretentie heeft universeel te zijn, heeft geloofservaring deze pretentie niet nodig. Het is voldoende om het bij jezelf te houden.’

Ik ben hoopvol gestemd over de toekomst van de kerk. Maar dan moeten we wel durven veranderen. Ik sluit me aan bij Jaaps visie wanneer hij schrijft: ‘Ik wil een warme gemeenschap met mensen die ik doordeweeks ook wil en kan ontmoeten. Waarin ik ruimte geef aan anderen die zoeken en met wie ik mijn eigen zoektocht kan delen. Van elkaar leren en steun hebben aan elkaar, maar vooral ook een steun zijn.’

Als ‘de’ christelijke kerk deze hartsgesteldheid krijgt, kan het een plaats worden waar mensen gezien worden, zichzelf durven zijn en deel zijn van een open, hechte gemeenschap.

Wat ik me wel afvraag, is of alle christenen behoefte hebben aan ruimte voor twijfels en discussie. Ik ken gelovigen die geen intellectuele vragen stellen bij Bijbelse verhalen, christenen die in tevredenheid kerkelijke formulieren belijden en naleven, die niet worstelen met God.

Deze christenen kunnen zich weleens erg ongemakkelijk gaan voelen bij een nieuwe stroming die bij alles vraagtekens wil zetten. Laten we dus niet achteloos een knuppel in het hoenderhok gooien, maar rekening houden met medechristenen die eenvoudiger in het leven staan. Ik benijd hen regelmatig.

Het boek van Staat Geschreven heeft raakvlakken met het essay van schrijfster en politicologe Monique Samuel dat 1 december in dagblad Trouw verscheen. In haar nieuwe boek ‘Dagboek van een zoekend christen’ pleit ze voor de introductie van een nieuw, inclusief, open christendom.

In gesprekken met generatiegenoten proef ik hoop, verwachting en de bereidheid om elkaar op te zoeken en te leren begrijpen. Dat is na de verzuiling en de verwijdering tussen de katholieke, traditioneel protestante, pinkster en evangelische kerken absoluut een nieuw geluid.

Een beweging van jonge zoekers die elkaar vinden in wat hen verbindt, namelijk de essentiële basis van het evangelie van Jezus. Zijn boodschap van vergeving en de vorming van onze identiteit als mens. Daar ga ik voor.