‘God heeft mijn ouders niet vermoord. Mensen hebben dat gedaan. En God zorgde er voor dat mijn woede omsloeg in medelijden. Niemand werd geboren om te haten. Ik koos voor liefde, in plaats van haat. Het is de liefde die me heeft gered, die me in leven houdt.’

Indrukwekkende woorden van Holocaust-overlevende Edith Eva Eger. Halverwege haar inmiddels beroemde boek ‘De Keuze’ ben ik gestopt met lezen. De gruwelijkheid van één specifieke scène raakte me zó diep dat ik misselijk werd en avonden lang slecht in slaap kwam. De scène bleef door mijn hoofd spoken. Het trof me als een mokerslag.

Ik dacht dat ik de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog zo langzamerhand kende, maar dit was een nieuw detail. De waanzin raakte me diep.

Van mijn opa of oma erfde ik een dun, vergeeld boekje met de meest weerzinwekkende foto’s die in vernietingingskampen zijn gemaakt. Het boekje zat achterin in een mapje en per toeval ontdekte ik het.

Mijn maag draaide zich om en tóch bleef ik naar de foto’s kijken. Naar de waanzin. Naar gebeurtenissen die we nooit, maar dan ook nooit meer toe mogen laten. Naar het absolute dieptepunt van onze beschaving. Het ultieme kwaad. Af en toe pak ik het boekje en bekijk ik de foto’s. Om opnieuw tot me door te laten dringen dat dit werkelijk is gebeurd.

Ik heb besloten mijn ogen niet te sluiten voor de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Ik zal het boek van Edith Eva Eger uitlezen. Ik zal mijn kinderen vertellen wat mensen elkaar aan kunnen doen. En dat wij er alles aan moeten doen om de waardigheid van de mens te beschermen en te verdedigen.

Tot slot: deze dagen staan de kranten vol met verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Wat mij betreft wordt na 4 mei, ook 4 juni, 4 juli, 4 augustus en elke vierde dag van de maand een dag waarop we deze verhalen aan elkaar vertellen. Opdat we nooit vergeten.